|
Volgende week reikt de Stichting ter
Certificering van Informatie Architecten (SCIA) de eerste
certificaten uit aan vijftig architecten in de
informatievoorziening. Steven van ‘t Veld is de drijvende kracht
achter de SCIA en het Genootschap van Informatie Architecten (GIA).
Met anderen is een start gemaakt om te komen tot heldere en werkbare
afspraken over en rond informaticaberoepen voor de praktijk en het
onderwijsveld. Die zijn heel hard nodig, want Van ‘t Veld ziet
donkere wolken samenpakken boven de ICTsector. Men zou hem
naïef kunnen noemen omdat hij probeert wat al jarenlang onmogelijk
is gebleken. Maar de markt eist nu transparantie. Men wil weten
welke kwaliteit mag worden verwacht als een bepaald label of
beroepskwalificatie wordt gebruikt. Wat is er op de arbeidsmarkt
voor informatici aan de hand? "De ITsector is tegen een
recessie aangelopen. Maar ook als de wereldeconomie niet was
ingestort, had de ITmarkt rake klappen opgelopen. Uit onderzoek
is gebleken dat elke euro die in de verbetering van de
ITinfrastructuur van een onderneming wordt gestoken, de al
torenhoge exploitatielast alleen maar hoger maakt. Het is logisch
dat dit soort inzichten een aarzeling om te investeren teweegbrengt.
Zo’n aarzeling zorgt voor grote aantallen overtollig personeel.
Bovendien is het nadelig voor de concurrentiepositie van
Nederland. Daarnaast weten we in de informatica nog steeds niet
goed wie we zijn, wat we doen en hoe we het doen. Zelfs de
beroepsverenigingen weten niet eenduidig welke beroepen en welke
niveaus van beroepsuitoefening er zouden moeten zijn. Onze wereld
bestaat uit vele groepen individuen die van zichzelf weten wat ze
doen. In de praktijk kon tot voor kort iedereen denken dat hij of
zij uniek is en zichzelf een hoge(re) standaard aanmeten. Bij
bedrijf één heeft dezelfde functie een andere naam als bij bedrijf
twee. Afnemers weten al helemaal niet waar ze aan toe zijn op dit
punt. Door de combinatie worden de gevolgen van de economische
malaise, de investeringsaarzeling en de diffuse chaos in het
beroepsveld alleen maar erger." Wat is er mis binnen de
informatica opleidingen? "Binnen het Hoger Beroepsonderwijs
bestaat geen duidelijk beeld van welke mensen in de praktijk
gevraagd worden en hoe het informaticaberoepenveld eruitziet. Er
worden modieuze studies bedacht om studenten aan te trekken, maar de
inhoud is vaak een wassen neus. Afgestudeerden merken dat ze niet
zonder meer een plaats in de praktijk kunnen vinden. Er bestaat maar
weinig programmatische afstemming tussen de HBO’s en de
universiteiten onderling. Daar komt nog bij dat de commerciële druk
van de derde geldstroom op het onderwijs ontoelaatbaar groot
geworden is. Al met al holt de kwaliteit van het Nederlandse
informaticaonderwijs achteruit. Werkgevers zijn niet in staat
duidelijke eisen aan de schoolverlaters te stellen. Elk bedrijf
hanteert immers eigen functiebenamingen en stelt eigen eisen.
Afhankelijk van de in een bedrijf aanwezige kennis varieert zo’n
eisenpakket vaak aanzienlijk. Zowel aan de kant van de bedrijven als
aan de kant van de opleidingen ontbreekt een goede structuur en
stratificatie in de informaticaberoepen. Communicatie tussen beide
zijden berust te vaak op toeval." Waarom heeft de duidelijkheid
over de beroepen en opleidingen in de informatica zolang op zich
laten wachten? "Er zijn in het verleden al talloze pogingen
gedaan het beroepsveld in kaart te brengen. Combo bijvoorbeeld [De
Commissie Beroepsontwikkeling van het Nederlands Genootschap voor
Informatica (NGI), red.] heeft sinds 1982 verschillende rapporten
gemaakt over de taken en functies in de informatica. Maar het
laatste rapport uit 2001 bestaat uit een veelheid van taakclusters
en rollen, persoonlijke en vaktechnische competenties en
domeinen en bedrijfsprocessen. Het is een uitgebreid werk met voor
ieder wat wils, maar het geeft niet de ordening waar om gevraagd
wordt. Eén van de oorzaken waarom het allemaal zo lang duurt,
ligt bij de softwarehuizen. Zij willen zich liever niet conformeren
aan heldere en toegankelijke afspraken omdat zij in een diffuse
wereld meer geld kunnen verdienen door eigen oplossingen aan hun
klanten te verkopen. Wie is dan immers nog je concurrent?
Standaardisatie en een eenduidige functiedefinitie gaan ten koste
van omzet. Voor het onderwijs geldt dat professoren graag zelf hun
geld besteden, vaak aan eigen ‘hobby’s’. Het heeft Nederland in
feite aan voedingsbodem voor verandering ontbroken." Wat moet er
nu gebeuren? "Toen de VRI [Vereniging van Register Informatici,
red.] jaren geleden naar het beroepenveld keek, bleek dat 2500
Nederlandse IT’ers in staat waren drieduizend verschillende
beroepsnamen en specialismen op te geven. Dat moet terug te brengen
zijn tot ongeveer vijftien categorieën. Het is niet zo moeilijk om
dat raamwerk aan ITberoepen en functies te maken. De SCIA
is daarmee begonnen en heeft het voor de Architecten klaar. De
systematiek van SCIA kan ook door anderen worden gebruikt. De
Netwerk Gebruikersgroep Nederland en het NvBI [Nederlandse
Vereniging van Beëdigde Informaticadeskundigen, red.] zijn net als
SCIA, bezig hun terrein in kaart te brengen. We doen er
verstandig aan aansluiting te zoeken bij Europese ontwikkelingen
binnen Cepis [Council of European Professional Informatics
Societies, red.] waar dertig landen al een stuk verder zijn dan
wij. Vervolgens is er consensus in de informatie en
ITsector nodig en zal het breed geaccepteerd moeten worden.De
tijd van het open schootsveld voor de leveranciers is voorbij. Hun
klanten begrijpen te goed wat er aan de hand is. Daarom zal
commercie plaats moeten maken voor eerlijk vakmanschap. De huidige
economische malaise zal de aanzet zijn tot helderheid in de sector.
Dat het kan lukken is al gebleken: toen begonnen werd de vijftig
architecten die volgende week hun certificaat krijgen, te
beoordelen, deed het aangeleverde materiaal vermoeden dat ze
allemaal iets anders deden. Uiteindelijk bleken ze allemaal
aangemerkt te kunnen worden als informatiearchitect,
ITarchitect of ITbusinessarchitect." (Chris
Nap)
Weekblad 2003, week 6
|